Den Haag - Met zijn voorstel om het verleasen van melk per volgend
jaar fors te beperken, gaat minister Cees Veerman van landbouw zijn boekje te buiten. Dit
is de eensgezinde mening van vijf juristen en specialisten in het agrarisch en Europees
recht, die gisteren werden gehoord door de Tweede Kamer.
Veerman zegt dat hij zich met zijn besluit van april dit jaar baseert op
een bindende notitie van de Europese Commissie, die tot stand is gekomen naar aanleiding
van het zogenaamde Thomsen-arrest. De juristen zijn het er over eens dat het
Thomsen-arrest niet rechtstreeks mag worden doorvertaald naar het melkleasen.
Interpretatie
De Europese Commissie doet dat wel, maar baseert zich voor haar besluit op
een uitleg van het Hof bij het Thomsen-arrest. Die uitleg gebruikt de Commissie volgens
advocaat Silvia Evers om weer een eigen invulling te maken, toegespitst op het melkleasen.
Zo'n interpretatie van een interpretatie van een uitspraak van het Hof kan volgens haar
niet.
Volgens jurist Haijo Bronkhorst kan een lidstaat wel beperkingen opleggen aan het
melkleasen, maar niet op de manier zoals de Europese Commissie en Veerman nu willen. Dat
het verleasen van quota moet worden beperkt tot dertig procent van het quotum is volgens
hem niet te verdedigen op basis van de nu nog geldende richtlijn. Ook de concept-richtlijn
die van kracht wordt na het aanvaarden van de mid-term review (MTR) schrijft
een dergelijke beperking volgens hem niet voor.
Individuele lidstaten kunnen zelf kiezen welk deel van het quotum wordt verleasd, maar ze
moeten wel voldoen aan de plicht om tijdelijke overdracht toe te staan, aldus de jurist.
Het verleasen kan wel in de tijd worden beperkt, of naar regio, zo staat het in de
richtlijnen.
50/50
De juristen gaven ook hun oordeel over de vraag welk deel van het quotum
bij pacht voor de verpachter moet zijn en welk deel voor de pachter. De meningen
verschilden. Wel waren ze het eens dat de huidige 50/50-verdeling een regeling is bij
gebrek aan beter.
Europarlement wil verleasen van gehele quotum handhaven
Brussel - De landbouwcommissie van het Europese Parlement wil dat
melkveehouders de mogelijkheid behouden om het hele quotum te verleasen. Hiermee gaat de
commissie in tegen de Europese Commissie en tegen een besluit van landbouwminister
Veerman.
De beslissing van de landbouwcommissie in het Europese Parlement moet nog worden
goedgekeurd door het voltallige Europese Parlement en is niet bindend. Het parlement heeft
op landbouwgebied alleen recht van advies. Liberaal Europarlementariër Jan Mulder is
niettemin tevreden met het feit dat de landbouwcommissie instemde met zijn voorstel. Niet
alleen kreeg Mulder brede steun, maar ook vanuit verschillende regio's in Europa. Hij
hoopt dat het signaal dat de landbouwcommissie van het Europese Parlement heeft afgegeven
nog van invloed zal zijn op de discussie die in Nederland woedt over het melkleasen.
Minister Veerman wil het verleasen van het volledige quotum met ingang van volgend jaar
april beëindigen, de Tweede Kamer is daar tegen.
Mulder stelt in zijn amendement voor om de lidstaten van de Europese Unie zelf (en dus
niet de commissie) het recht te geven aan producenten van melk niet gebruikte quota
tijdelijk over te dragen aan anderen. Voor het verleasen van quota is een jaarlijks
besluit nodig. Mulder zegt als liberaal moeite te hebben met de inperking van het
verleasen zoals de Europese Commissie dat wil. Te veel mensen worden volgens hem daardoor
onevenredig gedupeerd.
In angst voor uitslag Kamerdebat leasen melkquotum
Minister Veerman wil het structureel verhuren van melkquotum verbieden. De
Kamer debatteert volgende week over het voorstel. De familie Weersink uit het Twentse
Vasse wacht in spanning af. De beslissing van politiek Den Haag is bepalend voor de
toekomst van dochter Moniek.
In de kranten worden verhuurders van melkquotum vaak neergezet als sofamelkers,
omschreven als nietsnutten die slapend rijk worden over de rug van de echte
melkveehouders. Louis Weersink probeert zijn schouders op te halen als hij weer eens zo'n
negatief verhaal leest over boeren die hun melkrechten verhuren. Soms lukt dat. De
negatieve kwalificaties komen meestal van boerenbestuurders ( = bestuurders van (N)LTO
) die zelf gebruik maken van de lease-regeling, zegt hij.
Weersink loopt moeilijk. Het lukt hem nog net om de stal te laten zien. In het middenpad
van de ligboxenstal staan alle werktuigen. Hij kan zo weer beginnen met melken, maar de
dokter heeft hem verboden om te werken. Hij is veroordeeld tot een zittend bestaan. Nooit
meer melken, het valt hem overduidelijk zwaar; ook al is het besluit een jaar
geleden genomen.
Dochter Moniek loopt mee, ze is net veertien jaar geworden. Op dit bedrijf wil ze boer
worden. Haar oudere broer en zus hebben niks met koeien en kalveren, maar zij wel. Zij
moet en zal de vijfde generatie uit de familie Weersink zijn die in het Overijsselse Vasse
koeien melkt. Boer worden, met dat doel voor ogen gaat ze naar school; nu nog naar het
VMBO en over twee jaar naar de middelbare landbouwschool.
Verschrikkelijk
Moniek is meer een doener; geen echte prater. Ze probeert te vertellen over het
afscheid van de koeien. Ze verlieten op 28 juni 2002 het bedrijf, een dag die ze nooit zal
vergeten. Er lopen nog maar een paar schapen op het bedrijf rond. De rest van de dieren is
weg. Verschrikkelijk, vindt ze. Niet meer helpen met koeien ophalen, niet meer melken,
geen kalfjes meer voeren. Er is eigenlijk niks te doen.
Louis Weersink, zijn vrouw Gonda en Moniek zitten om de keukentafel. Zij hoeven niet zo
nodig in de krant, liever niet zelfs, maar nu het leasen mogelijk wordt afgeschaft, willen
ze hun verhaal wel kwijt. Want als de Tweede Kamer volgende week (= woensdag 14 mei
2003) het voorstel van landbouwminister Veerman overneemt, ligt hun hele toekomst in
duigen. En niet alleen dat van hun.
Veerman wil het leasen vergaand beperken. Ondernemers die hun quotum structureel verhuren
wil hij dwingen tot verkoop. Hooguit dertig procent van het quotum mag straks worden
verhuurd, het grootste deel (minimaal 70 procent) moet zelf worden volgemolken. Louis mag
niet melken, zijn dochter zit nog jaren op school en ook Gonda ziet geen mogelijkheid om
die verantwoordelijkheid op zich te nemen.
Vorig voorjaar heeft de familie in overleg met boekhouder, bank en gemeente gekozen voor
het leasen. Het quotum verhuren en de grond extensief (laten) bewerken en verpachten. Op
het moment dat Moniek van school komt, komen de koeien weer terug. Dat was het plan, dat
was hun toekomstbeeld. Een jaar of zes melkrechten verhuren, zelf af en toe quotum kopen
om dat vervolgens weer te verleasen en uiteindelijk weer koeien kopen. Voor Louis was het
deze droom die hem, figuurlijk gesproken, op de been hield.
Het drama begon eigenlijk al in 1984. Hij bracht een koe naar het slachthuis en dat werd
hem fataal. De koe schrok, draaide zich om, viel en drukte Louis tegen de stoeprand. Wat
volgde was een schier eindeloze tocht langs doktoren en ziekenhuizen. Vele operaties
verder is het been er eerder slechter aan toe dan beter. Inmiddels heeft de dokter zijn
decreet uitgesproken: geen lichamelijke arbeid meer.
Angst
Met angst en beven leven Louis, Gonda en Moniek Weersink naar het Kamerdebat toe. Ze
hebben Kamerleden gebeld, gefaxt, gemaild. Ze houden nog een sprankje hoop. Het CDA
twijfelt, de VVD laat zijn kaarten nog niet zien, de PvdA wil van het leasen af. Louis
zegt dat hij Wien van de Brink nog probeert te bereiken. In een kladschrift staan de
e-mailadressen van landbouwpolitici. Vader dicteert de tekst, dochter tikt en moeder hoopt
dat het allemaal toch nog goed komt. Ze doet het allemaal voor haar dochter. Moniek moet
de kans krijgen boer te worden, zegt ze.
En als de Kamer toch besluit het leasen af te schaffen? Louis wil daar nu nog niet aan
denken. Hij kan zich niet voorstellen dat de Kamer een regeling intrekt waar duizenden
boeren van profiteren. Van de beoogde daling van de quotumprijs zal niets
terechtkomen, voorspelt hij. Ja, even, in het eerste jaar na afschaffing, maar daarna
zullen de megaboeren met twee, drie miljoen liter de prijs weer opdrijven tot het oude
niveau.
Af en toe denkt hij erover om een maatschap aan te gaan met een melkende veehouder om via
die weg toch zijn quotum voor zijn dochter te behouden. Maar hij vreest dat Den Haag daar
een stokje voor zal steken.
Den Haag hoort voor alle quotumhouders op te komen
Is permanent leasen/verleasen van melkquota anders dan leasen/huren van
machines, van gronden, van gebouwen, van kapitaal? Stop het proces van
verarming/verrijking in de agrarische sector, betoogt Dini Bisseling.
Dini Bisseling is voorzitter van de werkgroep Landbouw & Armoede. De groep
verenigt veertien groeperingen uit landbouw, kerkelijke en maatschappelijke organisaties.
De discussie over het leasen en verleasen van melk wordt teveel gevoerd op basis van
afgunst en jaloezie. Wij verwijzen daarvoor onder anderen naar een artikel van Hanna in
het Agrarisch Dagblad van 19 april jongstleden (2003).
De werkgroep wil niet ingaan op de details van voor- en tegenstanders van de
melkleaseregeling.
De werkgroep Landbouw & Armoede wil luid en duidelijk mede opkomen voor de sociaal
economische positie van agrarische kleine- en middenbedrijven en vraagt daarnaast om
aandacht voor behoud van werk en inkomen en wil als zodanig gedwongen
bedrijfsbeëindigingen voorkomen.
De sociale en economische gevolgen voor gezinsbedrijven.
Ruim zeventig procent van alle quotumhouders (9.000 bedrijven die verleasen en 14.000
bedrijven die leasen) maken gebruik van de mogelijkheid die de Verordening Superheffing
biedt. Door beperking van de lease- c.q. verlease-mogelijkheden, zullen duizenden van
bovenstaande bedrijven een gedeelte van hun inkomen kwijtraken, en verliezen daardoor hun
arbeid en voldoende inkomenszekerheid, maar ook hun boerenbestaan.
Verarming
Inkomen dat bij het ene bedrijf wordt weggehaald, om het aan een ander toe te voegen.
Veel bedrijven zitten met een gemiddeld inkomen van 19.000 euro al onder het
bestaansminimum. De leefbaarheid van het platteland zal hierdoor nog meer onder druk komen
te staan, totale verarming van het platteland en de dorpen zal versneld worden.
Reeds in 1999 werd op grond van deskundige rapportages aangetoond, dat de lease c.q.
verleaseregeling heeft bijgedragen aan de structuurverbetering van de melkveehouderij. In
vijf jaar steeg het gemiddelde quotum per bedrijf van 320.000 kilogram naar 429.000
kilogram. En gaven eveneens aan dat de quotumkosten niet of nauwelijks zullen dalen door
beperking van de leaseregeling.
De deskundigen door de overheid benoemd / aangezocht waren: Prof. Dr. I. Zachariasse, Lei:
Prof. E.J. Bomhoff, Nijenrode; Ir. J.H.M. Peerlings, Wur Wageningen en Mr. Drs. P. A. de
Hoog, agrarisch juridisch adviseur.
Mede op grond van deze deskundige rapportages werd besloten de leaseregeling ongewijzigd
te laten. Bovendien werd bij de besluitvorming betrokken en / of verwezen naar een Intern
onderzoek ministerie van Landbouw / LTO begin 1998, Financiële gevolgen van aankoop en /
of leasen van Accounts kantoor Flevoland (Countus) uit 1997, geactualiseerd in 2003,
melklease discussies in agrarisch recht van 1998 en 2003 van Mr. P. A. de Hoog en de
(on)mogelijkheden in de sociale wetgeving voor quotumhouders die hun quotum verleasen of
leasen van H. Doeze - Jager uit 1998 (herziene versie 2002).
Discussie
Desondanks zwengelen LTO en andere belangenbehartigers opnieuw de discussie aan, met
dezelfde argumenten van structuurverbetering en kostprijsverlaging van quotum en
schaalvergroting. Zij dringen aan als maatstaf voor beleid te verheffen het recht van de
sterksten.
Het Thomsenarrest waarnaar wordt verwezen gaat niet zoals gesuggereerd over leasen /
verleasen, echter over het toewijzen en verdelen van melkquotum bij bedrijfsbeëindiging.
Vanuit Brusselse regelgeving is ruimte gelaten aan de nationale overheden voor
invulling van de lease / verleaseregeling. De besluitvorming hierover dient in de Tweede
Kamer plaats te vinden. Besluiten over aanpassingen dienen voordat een standpunt op
Europees niveau wordt ingenomen, in de Tweede kamer genomen te worden.
De overheid hoort haar verantwoordelijkheid te nemen en op te komen voor alle
quotumhouders, eigenaren en pachters, jonge boeren in de bedrijfsovername, boeren die
bezig zijn met het ombouwen van het bedrijf en oudere boeren bezig met de afbouw van het
bedrijf. Boeren met voldoende financiële zekerheden / middelen om te kopen en
boeren met weinig financiële middelen / zekerheden (met name bedrijfsopvolgers en
pachters) en die middels verleasen en leasen een gedeelte van hun inkomen veilig stellen,
om vanuit een zelfstandig agrarisch bedrijf in hun eigen onderhoud te kunnen (blijven)
voorzien.
Bescherming
Alle groepen van boeren hebben recht op bescherming van de overheid ter voorkoming van
verlies van inkomen en daardoor verlies van het zelfstandige boerenbestaan.
De overheid heeft ook mede verantwoordelijkheid om te voorkomen dat boeren gebruik moeten
maken van sociale voorzieningen. Deze voorzieningen zijn juist door hun vermogen
(pensioenopbouw) en het lage inkomen van de laatste jaren voor hen uitermate moeilijk zo
niet onmogelijk toegankelijk.
De werkgroep Landbouw & Armoede roept de overheid op tot een sociaal rechtvaardig
democratisch beleid. Er hoeft geen enkele financiële bezuiniging toegepast te worden,
echter een beleid dat berust op solidariteit en gelijkwaardigheid.
Interpretatie van het Thomsen-arrest door de Europese Commissie zijn voor minister
Veerman uitgangspunt voor het aankondigen van nieuwe regelgeving rondom het melkleasen.
Zeker voor quotumhoudende en verhurende pachters kan deze regelgeving ingrijpende
gevolgen hebben. Verhuur van het quotum levert pachters inkomen op, die enerzijds een
positieve invloed hebben op het gezinsinkomen en anderzijds een instrument zijn om het
bedrijf te ontwikkelen in een richting die het bedrijf en gezin meer perspectief biedt.
Het is nodig om nader onderzoek te doen naar de juridische basis van de aangekondigde
regelgeving. Ook zal de NLTO zich inzetten om reële voorwaarden te verkrijgen waaronder
de pachter als producent aangemerkt kan blijven worden. De NLTO kan niet toestaan dat het
quotum van pachters zonder meer aan de bedrijfsinventaris van pachtbedrijven wordt
onttrokken en zal creatief zoeken naar oplossingen die schade voor de pachters voorkomt.
Het voorstel van Landbouwminister Veerman om per 1 april volgend
jaar het structureel verleasen van melkquotum in te perken, stuit op grote weerstand bij
de Werkgroep Landbouw en Armoede (WLA).
De werkgroep voorziet dat hierdoor duizenden gezinsbedrijven onder grote druk komen te
staan en hun bestaanszekerheid dreigen te verliezen. Dat zegt voorzitter Dini Bisseling
van de WLA.
Nederland telt zo'n veertienduizend melkveehouders die er melk bij leasen.
Zij verhogen daarmee hun inkomen, redeneert de WLA. "Als je 75.000 liter erbij least,
is dat op jaar basis 7.000 euro goedkoper dan wanneer je die melk zou kopen", weet
Bisseling. Volgens de werkgroep zit de helft van de boeren onder het bestaansminimum van
negentienduizend euro per jaar. "Als daar nog zevenduizend euro af gaat wordt het
armoedeprobleem alleen maar groter".
Verleasers
Gemiddeld zijn er jaarlijks negenduizend boeren die melk verleasen, onder
wie vierduizend structurele verleasers, volgens de voorzitter. Wanneer veehouders volgens
het voorstel van Veerman straks maximaal dertig procent van het quotum mogen verhuren, is
dit enkel aantrekkelijk voor boeren die toch al een groot quotum hebben, meent zij.
"De gezinsbedrijven komen erdoor in de verdrukking", waarschuwt Bisseling.
Koopmelk
Ook als er door de voorgestelde maatregel meer koopmelk beschikbaar komt,
vreest de werkgroep toch dat alleen de grote boeren zich kunnen veroorloven om quotum te
kopen. Zij kunnen de aanschaf immers aftrekken van de belasting, waardoor het relatief
goedkoper wordt.
Echter, om dat te kunnen doen, moet je wel inkomen hebben en dat gaat vooral voor kleine
bedrijven of startende ondernemers lang niet altijd op. Kortom: de kloof tussen arm en
rijk en groot en klein wordt alleen maar groter, stelt Bisseling. "Het is een proces
dat leidt tot armoede en uitsluiting."
De werkgroep vindt verder dat minister Veerman erg voorbarig is geweest
met het voorstel." De politieke discussie en standpuntbepaling inzake het
leasesysteem dient eerst op een democratische wijze in de Tweede Kamer gevoerd te worden.
De minister loopt op de zaken vooruit", aldus deWLA.
LTO-Nederland is tevreden met het voorstel van minister Cees
Veerman om het op grote schaal verhuren van melkrechten aan banden te leggen.
"Dit is waar we altijd om gevraagd hebben. Dus ik ben zeer positief", aldus Siem
Jan Schenk, voorzitter van de LTO-vakgroep Rundveehouderij in een reactie op het voornemen
van de minister.
Veerman heeft de Kamer gisteren (= 4 april 2003) voorgesteld het
structureel verleasen van melk vanaf 1 april volgend jaar (=1 april 2004) te beperken. Na
die datum moet iemand die melkrechten verhuurt minimaal 70 procent van zijn quotum zelf
daadwerkelijk volmelken. "Vanaf dat moment is het afgelopen; er zit dus zelfs geen
uitloop meer in", constateert Schenk tevreden. Wel is het volgens hem nog onduidelijk
wat de consequenties zijn voor quotum dat gepacht is. Schenk gaat er van uit dat beperking
van het leasen gevolgen zal hebben voor de prijs van het melkquotum. Maar wat de gevolgen
exact zijn moet volgens hem worden afgewacht. "Het kan volgens mij niet anders dat de
prijs daardoor gaat dalen, gezien de hoeveelheid melk die jaarlijks wordt verleasd".
Volgens de Stichting Handen af van Melkleasen is nog maar de vraag of
Veerman zijn voorstel door de kamer krijgt. "In het verleden zijn er meer van
dergelijke voorstellen geweest en is het anders gelopen", merkt Hetty Doeze Jager
namens de stichting op. Ik heb nog steeds vertrouwen in de politici die in het verleden
rekening hielden met de consequenties van dergelijke voorstellen. Het zou onaanvaardbaar
zijn als de minister met dit voorstel rendabele bedrijven over de rand duwt".
Wat Veerman betreft zal een melkveehouder, die vanaf de periode 2004/2005
helemaal niet of onvoldoende zelf melkt, zijn quotum of het niet-benutte deel daarvan,
kwijtraken aan de nationale reserve. Hij krijgt dat slechts weer terug als hij weer
zeventig procent of meer van zijn oorspronkelijke quotum zelf volmaakt. Slaagt hij daar
niet in, dan raakt hij het verschil tussen zijn oorspronkelijke quotum en de
daadwerkelijke prductie in het daaropvolgende quotumjaar definitief kwijt aan de nationale
reserve.
Melkveehouders die dit quotumjaar nog alles verhuren en ook het volgend
jaar niet weer gaan melken, kunnen hun quotum nog tot uiterlijk 31 december 2004 verkopen.
Het ministerie is nog druk bezig om nadere regelgeving hiervoor uit te werken.
Strijd niet gestreden voor Guus Habets van 'Handen af van Melkleasen'
"Deze weg leidt niet tot lagere quotumkosten"
Nog één jaar, dan is het structureel verleasen van melkquotum voorbij.
De stichting Handen af van Melkleasen is daar nog niet zo zeker van. Bestuursleden reizen
stad en land af om leden van de Tweede Kamer en europarlementariërs te overtuigen van de
onzin én de onrechtvaardigheid van het aanstaande verbod. "Het verleasen van melk is
juist goed voor de structuur van de melkveehouderijsector in Nederland" vindt
voorzitter Guus Habets uit Nagele.
Het ministerie van Landbouw wil de superheffingsregeling zo aanpassen dat
veehouders vanaf` 1 april 2004 jaarlijks maximaal 30 procent van hun quotum mogen
verleasen. En dat mag alleen als ze de overige 70 procent zelf weer volmelken.De
aanpassing gebeurt op gezag van de Europese Commissie in Brussel. Die baseert zich op een
uitspraak van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. het zogeheten Thomsen-arrest.
Het Hof stelde dat deze Duitse pachter maximaal 30 procent mag verleasen en het resterende
quotum zelf moet volmelken
Eurocommisssaris Franz Fischler nam deze uitspraak mee in z'n voorstellen
voor hervorming van het Europese landbouwbeleid. In de plannen staat dat wanneer de
verleaser niet minimaal 70 procent van z'n melkplas volmelkt het quotum toevalt aan de
nationale reserve. Dat is voor het ministerie van Landbouw reden om de regels per 1januari
2004 aan te passen. De tijd ontbrak om dat al voor het komende quotumjaar te doen. Een
dezer dagen informeert minister Veerman de Tweede Kamer over zijn plannen.
Voor- en tegenstanders
De LTO, het NAJK en de NMV juichen het verbod toe omdat ze denken dat het
de structurele quotumkosten voor de blijvers omlaag brengt. Een verbod dwingt verleasers
hun quotum te verkopen, waardoor er meer aanbod komt. Dat leidt tot een structurele
verlaging van de quotumkosten, zo redeneren de drie belangenbehartigers.
De Bond van Landpachters en de stichting Handen af van Melkleasen zijn fel
tegen. Een belangrijke inkomstenbron dreigt te verdwijnen. Mensen worden de bijstand
ingestuurd, terwijl pachters helemaal niets overhouden. De helft van de opbrengst gaat
naar de verpachter, terwijl ze ook nog eens af moeten rekenen met de fiscus, stellen ze.
Eén van die pachters is Guus Habets uit Nagele, voorzitter van de
stichting Handen af van Melkleasen. Habets heeft een pachtbedrijf van 27 ha met
aardappels, bieten, uien, winterwortels en gladiolen. Tot 1998 molk hij 15 koeien erbij op
een quotum van 116.000 kg melk
En structureel tekort aan mestopslag en een te klein quotum deden hem
besluiten z'n melk te verleasen. Dat gebeurde op advies van de sociaal-economische
voorlichtingsdienst van de NLTO. Habets: "Wie schetst mijn verbazing dat dezelfde
organisatie twee maanden na dat advies ging pleiten voor afschaffing van het
verleasen."
Hypotheekrenteaftrek eraf
Habets is 55 jaar, heeft bedrijfsopvolging en wil tot z'n 65ste
doorboeren. "Ik kan de inkomsten uit verleasen niet missen, dan klop m'n financiële
plaatje niet meer. Het is hetzelfde als wanneer de hypotheekrenteaftrek er van de ene op
de andere dag afgaat. Dan gaan de huizenbezitters nat. Dat zullen ze niet accepteren,
zoals wij niet accepteren dat ons een volkomen legaal recht wordt afgepakt.
'Handen af van Melkleasen' heeft dertien bestuurders verdeeld over het
land. en drijft op donateurs en sympathisanten. In het bestand zitten 1.500 adressen die
eens per jaar worden uitgenodigd voor de algemene vergadering. Volgens Habets telt
Nederland 9.000 quotumhouders die jaarlijks in totaal tussen de 600.000 en 650.000 miljoen
kilogram melk verhuren. Daarvan zijn 4.000 structurele verleasers met een gemiddelde
bedrijfsgrootte van 75.000 kilogram melk. 14.000 melkveehouders huren jaarlijks melk bij.
"In totaal maken 23.000 bedrijven gebruik van de regeling. Dat is meer dan tweederde
van de sector", stelt Habets.
De redenatie van de belangenbehartigers is verkeerd, vind Habets.
"Ook ik vind dat de quotumkosten voor de blijvers naar beneden moeten, maar deze weg
leidt daar echt niet toe. Het is een illusie te denken dat de prijs zakt. Wat denk je dat
die 14.000 huurders doen? Die moeten melk kopen en komen erbij op de koopmarkt. Hooguit is
sprake van een tijdelijke verlaging, maar als de markt het vrijkomende quotum heeft
opgenomen, gaan de prijzen opnieuw omhoog."
Habets denkt niet dat er grote hoeveelheden melk ineens vrijkomen als het
verbod op 1 april 2004 van kracht wordt. Hij kijkt naar z'n eigen situatie. "Dan heb
ik nog tot 31 december 2004 de tijd om het quotum te verkopen. Ik kan speculeren op een
hoge prijs en het zo lang mogelijk vasthouden. Of ik verkoop het in partjes. Maar zeker
niet ineens op de dag van de deadline."
De boer uit Nagele wijst erop dat niet alleen de verhuurders worden
getroffen. "Ik ken veehouders met ruim 200.000 kilogram melk die geen mogelijkheid
hebben om te kopen en jaarlijks 75.000 kilogram bijhuren. Waar moeten die naar toe? De
prijs voor huurmelk stijgt behoorlijk als per veehouder nog maar 30 procent mag worden
verleast."
Geen legitieme basis
Jurist Peter de Hoogh, gespecialiseerd in agrarisch recht, concludeerde
onlangs dat het Thomsen-arrest geen legitieme basis is voor afschaffing van het verleasen.
Ook wees de Hoogh op eerdere onderzoeken waaruit blijkt dat afschaffen van het verleasen
niet leidt tot lagere quotumkosten. Diverse NVM-makelaars daarentegen voorspellen een
daling naar zo'n 35 eurocent per procent vet.
Habets gelooft er niets van. Hij ziet meer in het van de markt halen van
grote kopers door beperkingen te stellen aan het belastingvoordeel bij aankoop van
melkquotum. "Grote bedrijven komen goedkoper aan de melk doordat ze een deel van de
winst mogen reserveren voor melkquotumaankoop. Veel kleinere bedrijven hebben niet die
grote winstbedragen en moeten dus relatief meer betalen." Een tweede goede
optie vindt hij het Deense systeem, waar per veehouder een plafond geldt voor het aantal
liters over een bepaalde periode.
Goed voor structuur
De stichting liet het Flevolandse accountantsbureau Countus berekenen dat
het leasen en verleasen van melk de bedrijfsontwikkeling bevordert omdat veehouder de
eerste zeven jaar meer geld hebben te besteden. Ook stelde Countus dat de gemiddelde
omvang van bedrijven in de afgelopen vijf jaar is gegroeid van 320.000 naar 429.000 per
bedrijf, een groei van vijf procent per jaar. "Wanneer er geen mogelijkheid tot
leasen was, hadden veel kleinere bedrijven langer doorgemodderd, was er minder quotum op
de markt gekomen en was de schaalvergroting minder snel gegaan", redeneert Habets.
Het verhaal dat 44 procent van de verleasers 65-plussers zijn, wil er bij
Habets niet in." Veel verleasers zijn pachters en die mogen na hun 65-ste niet meer.
Het bejaardentehuis, ook zo'n opmerking die het goed doet. Maar formeel kan dat helemaal
niet. Volgens de huidige regeling moet een verleaser grond en gebouwen hebben waar hij te
allen tijde zo weer met melken kan beginnen."
Habets verwacht dat vooral de kleine verhuurders verkopen en de grotere
zelf weer gaan melken. "Er is een categorie die inventieve constructies gaat
bedenken." Mocht het verbod doorgaan, dan vindt hij dat het verbod alleen moet gelden
voor nieuwe verleasers. Met een generaalpardon voor de huidige verleasers. Dat ontstaat er
een sterfhuisconstructie waarbij het verleasen langzaam doodbloedt. Maar zover is het nog
niet.
Herhaling quotumbeurs
Ondanks het onvermijdelijk lijkend verbod gaat de stichting er van uit dat
het tij nog kan worden gekeerd. De hoop is gevestigd op kamerleden. Ooit werd op die
manier het plan voor een quotumbeurs op het laatste moment tegengehouden. Bij het
verleasen is echter sprake van een Europese discussie. Dat beperkt de mogelijkheden.
Vandaar dat de pro-verleaseclubs de europarlementariërs in Brussel eveneens bestoken met
hun argumenten.
Afschaffing van het permanent verleasen komt dichterbij. Het ministerie
van LNV heeft plannen om per 1april 2004 de verhuur van het quotum aan banden te leggen
voor veehouders, die zelf niet meer melken. Dat is voor de betrokkenen niets anders dan
een kleine ramp. Jaarlijks hebben zij een geregeld inkomen dankzij het quotum. Dat dreigt
verloren te gaan. Ook omzeilen ze dankzij het verleasen het moeten delen van de opbrengst
bij verkoop met de verpachter. Niet onvermeld mag blijven het emotionele aspect. Met het
quotum houd je een nauwe band met de veehouderij. Je doet gewoon nog mee aan een sector,
waaraan je aan verknocht bent en waaraan je in het verleden je ziel en zaligheid hebt
gegeven. Het is geen zakelijk argument, maar het moet wel degelijk op de weegschaal van de
besluitvorming meespelen. Ontneem je ze het quotum, dan ontneem je hen een deel van hun
leven. Dat aspect zou in dit geval maar eens zwaarder moeten meewegen dan het economische.
De Nederlandse overheid volgt braaf het advies uit Brussel om een streep
te halen door het structureel verleasen. Voor die braafheid is geen enkele reden. Brussel
heeft er een proces bij het Europese Hof met de haren bij gesleept, om haar advies over
het leasen uit te vaardigen. Onterecht. Er is geen enkele juridische reden om structureel
verleasen aan te pakken op basis van dat proces. Integendeel. Het is zelfs in strijd met
de regelgeving rond de quotering. Die opvatting komt niet van de eerste de beste. Mr. drs.
P. A. de Hoog, alom gerespecteerd als deskundige, verwijst het hele Brusselse advies naar
de prullenbak. (Zie het artikel verderop: Discussie over verleasen van melk wordt niet
zuiver gevoerd) Voordat het Nederlandse ministerie zo voortvarend met het Brusselse
verhaal aan de slag gaat, zou het zich eerst eens over de juridische grondslag moeten
buigen. Bij elk regeltje dat Den Haag uitvaardigt komt een colonne juristen kijken. Waarom
dan hier het juridische vraagstuk ontwijken? Kijk daar eerst eens naar. Als het ministerie
dat punt blijft negeren, is het aan de Tweede Kamer om te voorkomen dat net als met de
herstructureringswet Varkenshouderij nieuw Haags klungelwerk ontstaat.
En waarom zou je een goed functionerend systeem om zeep helpen, dat zorgt
voor een tevredenheid bij een belangrijke groep bewoners van het platteland? Vormen de
permanente verleasers nu echt zo'n grote bedreiging? Het structureel verleasen is een
doorn in het oog van de landbouworganisatie LTO. Al jaren doet ze verwoede pogingen om
deze vorm van leasen aan te pakken ten gunste van de blijvende veehouders. De organisatie
beklaagt zich over het weglopen van leden. Zie hier een van de oorzaken. Het is maar
helemaal de vraag of LTO gelijk heeft. Het idee is dat de quotumprijs flink zal dalen als
de 350 miljoen kg melkquotum van de structurele verleasers op de markt komt. Tijdelijk zal
de prijs inderdaad zakken, maar daarna zal ze zich -bij ongewijzigd beleid- gewoon
herstellen. De markt neemt die 350 miljoen kg op en gaat vervolgens weer over tot de orde
van de dag. Het aanbod zal krap blijven, de vraag groot. Dat zijn de werkelijke factoren
die de prijs bepalen en niet een tijdelijke maatregel.
Ondertussen is de onzekerheid groot. Dat is te merken aan de
melkquotummarkt. Er is weinig handel, menigeen kijkt de kat uit de boom. Een paar
uitschieters kunnen zo voor een vertekend beeld zorgen. Vorig jaar was dat het geval met
een paar paniekverkopen van melkquotum, waardoor de prijs ineens met tien procent zakte om
vervolgens weer razendsnel op te krabbelen. Bij leasemelk was veertien dagen geleden iets
vergelijkbaars het geval. Een paar transacties in het zuiden voor 4,5 eurocent bepaalden
kort het beeld, om vervolgens, na publicaties over het verdwijnen van het permanent
verleasen, weer keihard terug te zakken naar 4 cent. Jammer genoeg was dat precies op het
moment dat Veldpost afsloot. Lezers stonden dan ook met verbaasde ogen te kijken dat er
zaterdag zo'n hoge prijs in hun krant stond. Als door een werp gestoken reageerden zij.
Het nieuws gaat snel. Veldpost werd erdoor ingehaald. Dat is pijnlijk voor een blad dat
feitelijk juist over de prijzen wil informeren. De snelheid is dan de grootste
tegenstander.
De reacties zijn tekenend voor een nerveuze situatie die rond het leasen bestaat.
Ze vormen een signaal om zich nog maar eens honderd keer te bedenken om het structureel
verleasen aan te pakken. Het is nergens voor nodig, juridisch onjuist en het brengt een
grote groep, die ooit de ziel vormde van de melkveehouderij, in grote problemen. Dat heeft
deze groep niet verdiend.
Strijd landbouworganisaties over verleasen melk steeds heftiger
Belangenbehartiging voor allen of alleen voor de blijvers?
Opnieuw is de aanval geopend op verleasen van melk. Een recent
arrest van het Europese Hof in Luxemburg is voor de Europese Commissie aanleiding geweest
het begrip 'producent' van melk aan te scherpen. Dit kan leiden tot een verdere beperking
van structureel verleasen. Lidstaten hoeven de visie van de Commissie overigens niet over
te nemen.
Door LTO, het NAJK en de Melkveehoudersbond (NMV) is het arrest
aangegrepen om opnieuw een poging bij de minister te doen om structureel verleasen
onmogelijk te maken. Doel is het verlagen van de kostprijs van melkquotum. Hun
tegenstanders de Stichting Handen af van Melkleasen en de Bond van Landpachters en Eigen
Grondgebruikers betogen dat na een schrikeffect bij beëindigen van verleasen, de prijs
vaan melkquotum weer omhoog zal gaan en wellicht hoger wordt dan nu omdat er meer kopers
zullen zijn. Zij wijzen er ook op dat leasen door jonge startende en doorstartende
ondernemers een heel goed middel is om ook middelgrote bedrijven op een relatief goedkope
manier aan melkrechten kan helpen.
Strijden
De voorzitter van Melkleasen, Guus Habets te Nagele laat zich door de
zoveelste aanval op het verleasen van melk bepaald niet uit het veld slaan. 'De stemming
bij ons is nog prima', zegt hij opgewekt en strijdbaar, maar we moeten wel erg attent
zijn. Wij reizen stad en land af om onze visie op deze zaak te geven aan politici,
bestuurders en ambtenaren die hierbij betrokken zijn.' Habets die een gemengd bedrijf met
akkerbouw en veehouderij exploiteert, zegt dat er graag voor over te hebben. 'We strijden
voor en goede zaak. Wie komt er niet in het geweer als anderen je iets van je eigendom af
willen pakken? Want het quotum is van de producent, dus van alle veehouders die ooit een
melkquotum hebben toegewezen gekregen of gekocht.'
Argumenten
De Europese Commissie komt met naardere voorwaarden voor wat onder het
begrip "producent" moet worden verstaan en dat leidt tot beperkingen voor het
verleasen. Zo zegt de commissie dat een melkveehouder gedurende slechts een jaar zijn
quotum mag verhuren en daarna nog slechts 70 % ervan. Die andere 30 % moet hij dus
verkopen of zelf weer vol gaan melken. Habets: 'Gelukkig hebben wij van de
europarlementariër Jan Mulder begrepen dat het bij melkleasen gaat om een verordening van
de Raad van Landbouwministers gaat en dat de lidstaten er deels een andere invulling aan
kunnen geven. De minister hoeft wat dat betreft dus niet naar de commissie te luisteren.
Daar komt nog bij dat de juristen van het Beheerscomite Zuivel in Brussel over deze zaak
nog geen standpunt hebben ingenomen. Zo eenvoudig ligt het dus allemaal niet en het zal
nog wel even duren voor er overeenstemming is. Een andere bedreiging voor het verleasen en
leasen komt uit eigen land van LTO, NAJK en NMV.'
Afpakken
Voorzitter Habets begrijpt niets van de aanval van deze
landbouworganisaties op het (ver)leasen. 'Hun voorstellen zijn absoluut niet onderbouwd
met argumenten. Ze willen kennelijk gewoon een versnelde sanering van kleine
landbouwbedrijven. Het is onaangepast dat deze organisaties veel veehouders een deel van
hun eigendom willen afpakken. Het quotum is nu eenmaal van degenen die het ooit toegewezen
hebben gekregen. Anderen behoren daar met hun vingers van af te blijven. Dat beëindiging
van de mogelijkheid van verleasen de bedrijfsontwikkeling zou bevorderen is geen argument
want dat kan nu ook al plaatsvinden. Er kan immers al quotum worden vervreemd zowel
permanent als tijdelijk. En ze moeten niet zeuren over de hoge quotumkosten want als ze
kopen zijn ze er zelf bij. Uitbreiding kost nu eenmaal geld. Trouwens andere vaste en
variabele kostenposten worden door de aankoop van quotum lager en belastingtechnisch is
het ook interessant.'
Prijsverlaging
Volgens Habets maken LTO, NAJK en NVM een grote fout door te denken dat
verbieden van structureel verleasen tot een prijsverlaging van melkrechten zal leiden.
'Veel melkveebedrijven zullen immers willen blijven groeien dus de vraag zal eerder toe
dan afnemen met als gevolg, na een korte prijsdaling wellicht, nog hogere prijzen. Het is
nog al wat, vind ik, dat deze organisaties met zulke onjuiste argumenten de bedrijven van
veel veehouders in feite kapot maken. Ik ben het dan ook eens met de agrarisch jurist
Peter de Hoog die zegt dat het moreel niet acceptabel is om al die mensen dan maar naar de
bijstand te sturen. Bij beëindiging van leasen worden bij de huurders vooral de pachters,
de midden en kleine bedrijven en de jonge ondernemers de dupe en bij de verhuurders ook de
pachters en de midden en kleine bedrijven met dank aan LTO, NAJK een
NMV.'
Speelbal
Boos is Habets over een recente uitspraak van Minister Veerman. Hij heeft
in Harderwijk gezegd het eens te zijn met de uitspraak van de commissie dat het
structureel verhuren van het gehele melkquotum wordt beëindigd. Veerman heeft daar ook
gezegd dat structureel verleasen van quota leidt tot extra schaarste op de quotummarkt en
dat het een stagnerend effect heeft op de grondmarkt. Wel verwacht hij dat de commissie
gedeeltelijke verhuur in stand zal houden. Habets: 'De minister heeft zonder overleg met
tegenstanders van het veranderen van de leaseregels een mening gevormd en die uitgedragen,
ook zonder de kamer erin te kennen. Wij vragen ons af of de minister een speelbal is
geworden van LTO.' De voorzitter van Handen af van Melkleasen vindt het bijzonder spijtig
dat de minister nog steeds geen gesprek met zijn stichting wil hebben. Hij sluit niet uit
dat verbieden van het verleasen van melk leidt tot ontwijkend gedrag.
BLHB: Pachters de klos
De secretaris van de BLHB Berend Kingma vindt dat er bij verbieden van
leasen een niet te rechtvaardigen verschil optreedt tussen eigenaren van grond en quota en
de pachters. 'De eigenaren kunnen grond met quotum verpachten aan wie en tot wanneer ze
willen. De pachter is echter afhankelijk van zijn verpachter. Wil laatstgenoemde meewerken
als de pachter wil verleasen of niet? Als de eigenaar niet mee wil werken is de pachter
gedwongen weer te gaan of te blijven melken, of het gaat of niet. Anders wacht
wanprestatie of na een jaar verkoop aan de overheid met de plicht tot schadeloosstelling
aan de verpachter.' Kingma vraagt zich af of de mensen die hier over beslissen wel enig
idee hebben hoe ingrijpend beëindiging van leasen kan zijn voor veel gezinnen en het
platteland.
NAJK
De voorzitter van het NAJK Jehan Bouwma beaamt dat zijn organisatie achter
het verbieden van structureel (ver)leasen staat. 'Niet als managementinstrument maar echt
als het structureel (ver)leasen. Wij doen niet aan leasertje pesten.' Hij gelooft dat het
beëindigen van leasen een structureel verbeterend effect op de sector zal hebben. Dat er
een aantal jonge ondernemers zijn die daardoor de klos wordt, wil hij niet ontkennen.
'Maar elke algemene maatregel heeft tot gevolg dat er individuele bedrijven zijn die dat
niet past. Dat is nu eenmaal zo.' Het verwijt dat er in feite ingegrepen wordt in
eigendomsrecht spreekt hem niet aan. Ín een samenleving als de onze zul je moeten
accepteren dat het algemeen belang gaat boven het individueel belang.' Overigens wil
Bouwma er op wijzen dat beëindiging van (ver)leasen een van de opties van het NAJK is. We
hebben het LEI gevraagd een onderzoek te doen naar vijf mogelijkheden voor
kostenverlaging. Wat daar uit komt weten we nog niet. Die uitkomst zal onze houding straks
mee gaan bepalen.'
De Bond van Landeigenaren en Eigen Grondgebruikers (BLHB) heeft
zich geschaard in de rij van tegenstanders van de afschaffing van het melkleasen. Een
eventuele afschaffing van het structureel verleasen van melk zal verstrekkende negatieve
gevolgen hebben voor de melkveehouderij, vreest de organisatie van landpachters.
"Daarmee wordt het doodvonnis getekend van veel gezinsbedrijven. De
maatschappelijke en sociale gevolgen zullen ingrijpend zijn in al die huishoudens en voor
het platteland", stelt de bond. Die reageert daarmee op de dreigende afschaffing van
de verhuur van melkrechten. Daarop zinspeelt de Europese Commissie na een arrest van het
Europese Hof van Justitie. Het ministerie van landbouw en het Productschap van Zuivel
beraden zich nog op de gevolgen van de nota die de Europese Commissie onlangs uitbracht
over het arrest. De discussie over het structureel verleasen van melk werd afgelopen
najaar al aangezwengeld door LTO-Nederland, het Agrarisch Jongeren Kontact en de
Nederlandse Melkveehoudervakbond. Deze drie organisaties verwachten dat een afschaffing
van het op grote schaal verleasen van melkrechten zal leiden tot een daling van de
kostprijs van melkquotum.
Net als de Stichting Handen af van Melkleasen en de Nederlands
Makelaarsvereniging vindt ook de Bond van Landpachters dat dit argument niet op gaat.
"Melkleasen zou de kostprijs van melkquotum onnodig hoog doen oplopen. Als dat al zo
mocht zijn dan helpt het verbieden van melkleasen daar niets aan want na een kortstondige
verlaging van de prijs zal de quotumprijs snel weer stijgen naar het oorspronkelijke
niveau" is de verwachting van de landpachters.
De bond meent dat LTO-Nederland structuurbeleid voert ten gunste van grote
melkveehouders en dat vindt de bond onrechtvaardig. Ook de opstelling van het NAJK stelt
de bond teleur. "Leasen van melk in de startfase is van groot belang voor de jonge
veehouder om het bedrijf te kunnen ontwikkelen. Immers niet alleen de gevestigde boeren,
ook starters behalen een aanzienlijk hogere winst door middel van bijleasen."
Gebruik onjuiste gegevens over melkleasen door LTO en NLTO
De Stichting Handen af van Melkleasen is boos op NLTO en LTO.
Volgens de stichting stellen de standsorganisaties het melkleasen in een negatief daglicht
door het gebruik van onjuiste gegevens. Zo zou volgens berichten van NLTO en LTO 17 % van
de leasemelk in handen zijn van boeren onder de 40 jaar, 22 % zou berusten bij de
leeftijdscategorie 40 tot 55 jaar terwijl de 55 plussers liefst 44 % van de leasemelk in
handen hebben. Deze leeftijdscategorieen en de daarbij behorende percentages blijken
bij navraag uit de lucht gegrepen.
NLTO en LTO kiezen voor de blijvers. Aan structureel verleasen moet een
eind komen om de kosten van het quotum te drukken en de bedrijfsstructuur te verbeteren.
Alleen voor veehouders in de leeftijdscategorie 55 - 65 jaar die verleasen, willen beide
organisaties een oplossing zoeken. Volgens de Stichting Handen af van Melkleasen gebruiken
NLTO en LTO in hun strijd tegen leasen volstrekt onjuiste gegevens. De voorzitter van de
vakgroep melkveehouderij van NLTO de heer Jan van Weesperen zegt dat de gegevens over de
leeftijdscategorieen van het COS afkomstig zijn maar het COS zegt desgevraagd niet te
beschikken over leeftijdsgegevens van melkveehouders. Volgens LTO - vakgroepvoorzitter
Siem Jan Schenk komen de gegevens van het LEI. Bij navraag door de stichting blijkt echter
dat het LEI evenmin beschikt over gegevens die betrekking hebben op de leeftijd van
melkveehouders. Bestuurslid Guus Habets van Handen af van Melkleasen betreurt het dat in
de discussie over melkleasen gefingeerde gegevens worden gebruikt. "Dat is deze
organisaties onwaardig".
'Discussie over verleasen van melk wordt niet zuiver gevoerd'
Moet het leasen van melk wel of niet worden afgeschaft? De Europese Commissie
neigt er naar de verhuur van melk af te schaffen. Het zou juridisch niet langer houdbaar
zijn. Jurist Peter de Hoog, gespecialiseerd in agrarisch recht, denkt er anders over.
Het is Peter de Hoog om het even of het structureel van melk wordt afgeschaft of niet.
De jurist heeft noch bij de voorstanders noch bij de tegenstanders belangen. Hij volgt de
discussie vanuit professionele belangstelling. De hoog is gespecialiseerd in agrarisch
recht en houdt zich in het bijzonder bezig met pachtzaken, productierechten en waterrecht.
Eind jaren negentig was hij een van de deskundigen die toenmalig landbouwminister Van
Aartsen adviseerde over de lease-problematiek.
De Hoog verbaast zich over de huidige discussie, nu de Europese Commissie met de gedachte
speelt het structureel verleasen van melk aan banden te leggen. Dit naar aanleiding van
een arrest van het Europese Hof van Justitie. Volgens De Hoog - die het arrest in het
tijdschrift Agrarisch Recht enige tijd geleden al van commentaar voorzag - klopt de
interpretatie van de Europese Commissie niet. "Het gaat hier helemaal niet over het
leasen: het betreft een pachtzaak."
Het Europese Hof oordeelde over een pachtcontract dat de Duitse melkveehouder Peter
Heinrich Thomsen had gesloten met zijn collega-veehouder Henningsen. Twee jaar voor het
verstrijken van de pachtovereenkomst overleed Henninsen. Zijn erfgenamen, de kinderen
Helga, Ute en Peter, zegden het contract met Thomsen later op. De pachter ging er van uit
het quotum te kunnen houden aangezien de kinderen geen actieve melkveehouders waren en dat
ook niet van plan waren te worden. Volgens Thomsen werd hij daardoor eigenaar van het
productierecht. De Erven dachten daar anders over. Uiteindelijk kwam de kwestie bij het
Europese Hof van Justitie terecht.
De Hoog: "Het hof oordeelt nu dat het productierecht naar een niet-melkproducent mag
gaan, mits dat zo kort mogelijk duurt en die persoon alsnog zelf melk gaat produceren of
aannemelijk maakt dat hij het productierecht op korte termijn aan een niet-producent kan
overdragen. Het quotum mag dus wel eventjes bij hem geparkeerd worden. Dat is precies de
situatie zoals dat ook in Nederland gaat. Bij het einde van de pacht gaat het quotum naar
de verpachter toe en die kan het verkopen of zelf gaan melken. Alleen is in Nederland die
termijn waarop dat bij de verpachter, de niet-producent, kan blijven wat langer dan een
jaar. Ik denk dat deze op basis van dit arrest wat korter zal moeten worden."
De Hoog snapt niet waarom de Europese Commissie op basis van dit arrest meent dat het
structureel verleasen van melk zijn langste tijd gehad heeft. "De Commissie zegt dat
zij het er wel uit af kan leiden. Ik zie dat niet zo. Volgens mij is het verleasen van je
hele quotum absoluut niet strijdig met dit arrest. Of je het leasen in stand houdt is een
politieke keuze. Maar het is onterecht dat men stelt dat het op basis van dit arrest niet
meer zou kunnen."
De komende weken zal de Europese Commissie verder debatteren over hoe met het arrest om te
gaan. Wat De Hoog in de discussie bevreemdt is de suggestie dat de afschaffing van het
leasen tot lagere quotumkosten kan leiden. "Uit verschillende onderzoeken blijkt dat
het afschaffen van leasen niet tot lagere kosten leidt."
Onderzoek
De Hoog wijst op het onderzoek dat hij samen met enkele andere deskundigen voor het
ministerie van landbouw verrichte. Samen met ex-minister Eduard Bomhoff (destijds als
hoogleraar aan Nijenrode verbonden), LEI-directeur Vinus Zachariasse en landbouweconoom
Jack Peerlings concludeerde De Hoog dat het afschaffen van de leasemogelijkheid niet tot
lagere quotumkosten zal leiden. "Ik hoor nu niemand over die rapporten. Dat verbaast
mij. Ik vind het een legitiem streven om de quotumkosten te verlagen. Maar waarom zou je
naar afschaffing van het leasen streven als vaststaat dat je eigenlijke doel - verlaging
van de quotumkosten - daar niet mee bereikt?"
"De huidige lease-discussie wordt niet zuiver gevoerd, vind ik. De voorstanders van
de afschaffing hebben het steeds over sofa-melkers, valt mij op. Alsof die mensen in een
bejaardentehuis leven en nog steeds hun melk verleasen. Dat kan formeel niet. Als
verleaser van melk moet je volgens de regelgeving feitelijk in staat zijn om ook zelf te
melken. Als je je bedrijf verkocht hebt, verlies je die hoedanigheid. Je moet een
boerderij hebben met een melkinstallatie en dat soort zaken meer. Iedereen die melk
verleast, moet dat hebben, anders overtreden zij de regels. Daarmee blijven de gelden die
in het leasen omgaan ook binnen de sector."
Problemen
"Ik stel vast dat de voorstanders van het afschaffen of beperken van het leasen
tot op heden niet hebben aangetoond dat daarmee de quotumkosten omlaag gaan. Voeg daarbij
het feit dat aannemelijk is dat er door het afschaffen van het leasen grote sociale
problemen kunnen ontstaan, dan lijkt er geen reden om het leasen af te schaffen maar wel
alle reden om het te laten bestaan. Ik spreek dan nog niet eens over het feit dat het
wegvallen van de mogelijkheid van lease de keuzemogelijkheden voor de melkveehouder
beperkt en met name ten nadele van de startende ondernemers zal gaan. Als je overweegt
iets aan de leaseregeling te wijzigen moet je alle aspecten erbij halen. Dan pas krijg je
een zuivere discussie.
'Melk leasen en verleasen bevordert bedrijfsontwikkeling'
Het verleasen en leasen van melkquotum bevordert de bedrijfsontwikkeling. Dat blijkt
volgens de stichting 'Handen af van Melkleasen' uit het in december 2002 door
accountantsbureau Countus geactualiseerde rapport 'De financiële gevolgen van aankoop of
bijleasen van 75.000 kg melkquotum voor een gemiddeld melkveehouderijbedrijf'. De
stichting is dan ook tegen het beperken of afschaffen van de melkleaseregeling, in
tegenstelling tot bijvoorbeeld LTO.
De belangrijkste conclusie uit het rapport is dat 75.000 kg melkquotum leasen, leidt
tot een directe inkomstenstijging van 6.500 en dat het eigen vermogen stijgt met
7.500. Koopt men 75.000 kg dan daalt de nettowinst 5.100 ten opzichte van de
huidige situatie en het eigen vermogen daalt met 4.100, aldus 'Handen af van
Melkleasen'.
Volgens de stichting 'Handen af van Melkleasen' moeten de partijen die de
melkleaseregeling willen afschaffen of beperken, uitleggen hoe het verlies aan inkomsten
gecompenseerd moet worden door de negatieve gevolgen daarvan. Ook moeten zij de vraag
beantwoorden hoe de aankoop van enkel melkquotum gefinancierd kan worden wanneer de
zekerheden voor de bank onvoldoende zijn. Daarbij moet gedacht worden aan de pachters,
want melkveehouders die nu aangewezen zijn op leasen, zullen zich aandienen als kopers, zo
stelt de stichting 'Handen af van Melkleasen'.
LTO stelde in 2002 dat de stijgende melkquotumprijs moet worden tegengegaan door
beperkingen te stellen aan de mogelijkheden om quotum te leasen. Het Nederlands Agrarisch
Jongeren Kontakt (NAJK) heeft in 2002 een 'twee stromen systeem' voorgesteld. Een van de
doelen daarbij is het terugdringen van het structureel verleasen.
De stichting 'Handen af van Melkleasen' zet zich in voor
de belangen van huurders en verhuurders van melk. Als u
interesse heeft en ons wilt steunen als donateur, kunt u bellen met voorzitter Guus
Habets. Telefoonnummer: 0527-682284
e-mail: Guus Habets
Bankrekeningnummer stichting Handen af van Melkleasen: 40.00.24.187